Marie verliet hem op dezelfde dag als de Canadese ganzen. Het was zwart voor zijn ogen geworden en een ambulance had hem vervolgens van de keukenvloer naar een ziekenhuisbed gebracht. En daarna had hij haar niet meer gezien. De eerste dag op de IC kwam er een vrouw langs die naast hem bleef zitten terwijl hij deed alsof hij sliep. Hij herkende het grauwe vel van haar nek en de net niet melodieuze klank van haar stem, die altijd één-tiende seconde vertraagd klonk - maar hij wist niet wie ze was. De vrouw kwam dagelijks langs en zette plastic bloemen op de vensterbank. Ze spraken als oude vrienden en als het bezoekuur eindigde, kuste ze hem op zijn mond en vertrok ze. Marie kwam niet langs, wat hij uiterst verdacht vond, maar hij durfde er niets over te zeggen. Hij wilde niet dat ze dachten dat hij gek was.

 

         Hij begon de vrouw te testen. Bij de lunch zette hij zijn vork in de mouw van zijn pyjama en trok er een gat in. Toen ze tijdens het bezoekuur naast hem ging zitten, liet hij haar het gat zien. De volgende dag bracht ze hem een nieuwe pyjama in de juiste maat. Een week later vroeg hij haar hoe het met zijn moeder ging. Ze herinnerde hem er aan dat zijn moeder vier jaar geleden gestorven was. Ze had zich allerlei kennis over zijn leven eigen gemaakt en dat baarde hem zorgen. Vooral omdat haar gezicht hem aan die van Marie deed denken, maar op een verwrongen manier, alsof iemand haar kapot gegooid had en splinters kwijtgeraakt was tijdens het lijmen. Toch ging hij vrijwillig met haar mee naar huis toen hij na een paar weken ontslagen werd uit het ziekenhuis. Hij kon immers nergens anders heen. Zelfs haar sleutel paste op de voordeur.

 

         Zes weken later begon hij met hardlopen. Hij reed naar de rand van de wijk, parkeerde op een vergeeld grasveldje naast de dijk en liep onwennig het pad omhoog. Aan de ene kant van de ophoging lagen akkers, aan de andere kant een drassige vaart. Hij had een strakke hardlooplegging gekocht en hield zijn voortgang bij op zijn telefoon. Een stem in zijn oor vertelde hem wanneer hij tempo moest maken en wanneer hij mocht verslappen. Het litteken klopte soms nog als een heiblok, maar hij jogde door tot de pijn een slap getik werd. Rondom hem waren de Canadese ganzen inmiddels in kleine getale teruggekeerd vanuit het zuiden. Iedere dag bewoog hij zich in zijn zwarte legging als een kever over de dijk voort en kwamen er meer ganzen bij. Terwijl hij op adem kwam, werd hij aangestaard door tientallen ogen. Ze schikten hun vleugels en strekten hun schubbige poten. De Canadese ganzen hoorden hier niet thuis, waren invasieve exoten; uitheemse dieren die ecosystemen vernielden en inheemse soorten verdrukten. Ze vraten akkers leeg en vertrapten grasland. Marie had hen de afgelopen jaren bijgevoerd als ze opgejaagd werden door omwonende boeren en voedsel te kort kwamen. Met zijn vingertoppen streek hij over zijn hoofd. Zijn huid voelde schraal, alsof het met te veel enthousiasme was droog gezeemd. Hij was nog nooit eerder kaal geweest.

 

         Na het hardlopen reed hij bezweet terug naar huis en nam hij een ijskoude douche. De vrouw was in de keuken bezig met het bereiden van iets uit de map met Allerhande-knipsels van Marie en toen hij binnenkwam, zette ze hem een glas rode wijn voor. Hij dronk, eerst uit beleefdheid en toen uit onvermijdelijkheid. Hij sliep ’s nachts op de bank terwijl zij in het bed lag. Soms kon hij niet slapen en keek hij naar haar. Ze sliep als onkruid, armen en benen verwrongen in de lakens, hopeloos klampend aan alles wat haar aanraakte. Hij probeerde medelijden met haar te krijgen, maar voelde des te meer walging. Ze sliep in het bed alsof ze nooit ergens ander geslapen had. Maar alcohol verzachtte hem en vervaagde haar. De missende splinters vielen minder op en na een paar glazen was haar huid glad en aantrekkelijk.

 

         De bank bleef die nacht onbeslapen, het bed maar half. Zij sliep terwijl hij tegen haar aan lag. Hij had haar willen neuken, maar zij zei dat ze niet wist of dat al een goed idee was. En nu, een paar uur later, was hij haar daar dankbaar voor. Zijn walging groeide opnieuw, als een aanzwellend koor, en hoewel zijn hoofd begreep dat Marie niet naast hem lag, deed zijn lichaam verwoede pogingen om dat te negeren. Zijn stijve penis duwde tegen haar rug aan, maar hij trok zichzelf los uit haar netels, voordat hij te ver ging. Hij viel uit bed en bleef stil op de grond liggen tot hij zeker wist dat ze niet wakker geworden was. Toen stond hij op en pakte de twee lege wijnglazen van het nachtkastje. Hij spoelde de glazen om in de keuken en zette ze te drogen in het afdruiprekje naast het messenblok. Hij trok het vleesmes uit het blok en poetste het blad met de theedoek.

 

         Hij begroef de vrouw onder de geschubde poten van haar soortgenoten. De ganzen keken toe, maar leken weinig onder de indruk te zijn van deze nachtelijke gril. Ze probeerden de vrouw niet te helpen. Toen hij de laatste schep aarde over haar heen strooide, twijfelde hij even. Ergens was hij de vrouw dankbaar. Hij wist dat ze Marie niet was, maar ze had het wel geprobeerd. Na het graven reed hij bezweet terug naar huis en nam hij een ijskoude douche. Hij gleed met zijn vuile handen over zijn hoofd. Het litteken lag als een bolstaande nerf op zijn schedel en hoewel het nog steeds pijn deed, kon hij het niet laten om er toch telkens aan te zitten, om te porren en te trekken aan de foutieve steek in zijn hersenen. Hij draaide de douche uit. Nu begon het wachten op Marie.

Exoot

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now